Chapeau Latour

+31 6 30 78 04 69

De eerste keer...

Het is een koude zaterdag in januari, ik heb een uur voor de spiegel gestaan en mijn beste jurkje uit de kast getrokken. Ik heb voor het eerst een voorgesprek met een bruidspaar en heb mijn zenuwen redelijk onder controle, denk ik.
Onderweg in de auto zing ik nog luidkeels mee met The Beatles: “All you need is love.. Ta ta dadada daa!”

We hebben afgesproken op de trouwlocatie, het ouderlijk huis van de bruid. En terwijl ik een onverharde, dik besneeuwde weg op rijd, zie ik in de verte een schattig, wit huisje. Ik kan me voorstellen dat je daar zou willen trouwen. Zeker midden in zo’n prachtig sneeuwlandschap.
Rechts van me doemt, als uit het niets, een enorme poort op. Op de poort staat het huisnummer waar ik moet zijn.

De moed zakt me in de schoenen. Misschien is dit toch een maatje te groot voor mij… Ik zet de auto stil voor het hekwerk, herpak me en stap uit. Ik bel aan, door de intercom hoor ik: “Hallo..”
“Joehoe, de trouwambtenaar!” roep ik iets te hard, terwijl ik mijn best doe charmant in het oogje van de camera te lachen. Ik ben bang dat het wat hysterisch overkwam.
De poort gaat langzaam open. Halverwege de oprijlaan zie ik eindelijk de enorme villa waar het allemaal moet gaan gebeuren. In de deuropening staan twee heren, de bruidegom en de vader van de bruid, en hoewel ze het proberen lukt het ze niet 3 uitgelaten honden tegen te houden als ik uitstap. De beestjes komen enthousiast op me af rennen. “Ik ben niet bang, hoor! Ik vind honden hartstikke leuk!” roep ik terwijl ik op mijn hakken richting de deur glibber. Ik ben eigenlijk wel blij met ze, ze zijn mijn ijsbrekers.

Hoewel ik me heb voorgenomen niet te vertellen dat het mijn eerste keer is, praat ik natuurlijk direct mijn mond voorbij als de moeder van de bruid vraagt of ik al vaker een huwelijk bij iemand thuis heb gesloten. En als ze vraagt of ik er een opleiding voor heb gedaan, zeg ik: “Nee, ik heb gewoon gesolliciteerd.” Haar gezicht spreekt boekdelen.

Het gesprek met het bruidspaar loopt lekker, ze zijn spontaan, vriendelijk en ik krijg een hoop informatie.

Twee uur later kom ik thuis, Bas gaat er meteen voor zitten. “Nou? Hoe was het?” vraagt hij geïnteresseerd.
Ik barst in tranen uit. “Waarom wilde ik dit ook al weer? Het is doodeng! Die mensen zijn hartstikke sjiek! Ze krijgen 70 gasten! 70! Ik ga het overdragen! En ze willen ook nog dat ik een toga draag! Superongemakkelijk!”
Bas lacht hard en houdt me stevig vast. “Slaap er eerst maar eens een nachtje over voordat je overhaaste beslissingen maakt.”

Ik heb 3 weken nauwelijks geslapen. Ik ben misschien wel 10x overnieuw begonnen met het schrijven van de toespraak. En ik wist één ding heel zeker: als ik het nu niet doe, doe ik het nooit en krijg ik spijt.

Het is Valentijnsdag 2015, vandaag ga ik twee mensen met elkaar in de echt verbinden. Ik ben nerveus maar voel me goed voorbereid. Met mijn toga, toespraak en trouwakte stap ik in de auto. Voorzichtig manoeuvreer ik de auto achteruit over het kleine parkeerpleintje achter ons huis. En terwijl ik geconcentreerd over mijn schouder kijk, hoor ik aan de voorkant het geluid van botsende bumpers en indeukend blik. Kak!
Ik heb geen tijd om uitgebreid te kijken, ik zie bij een andere auto een enorme deuk in de kont.
Ik kijk op de klok en besluit door te rijden, als ik straks terugkom schrijf ik een briefje.

Onderweg zet probeer ik de botsing van me af te zetten, eerst mensen trouwen nu!

Ik rijd opnieuw de oprijlaan op, hij lijkt minder lang dan de eerste keer. Halverwege staat een groep jonge mannen in blazers. Als ze mijn auto horen draaien ze zich naar me toe. Het afgrijzen is van hun gezichten af te lezen. Alsof ze zien hoe iemand een golfbal in zijn edele delen krijgt. Ik hoop alleen maar dat ik niet ook nog langs ze heen hoef te lopen als ik vanaf de auto naar de ingang van de villa loop. Natuurlijk moet ik dat wel.
“Zo! Je hebt behoorlijke..” begint één van de mannen.
“Schade?” vul ik aan. “Ja dat klopt, net een klein ongelukje gehad, niks ernstigs hoor, maar dat mag de pret niet drukken, hé?! Ik ben de trouwambtenaar, waar mag ik heen?” gooi ik er met de nodige bluf uit.
Ze wijzen me de weg en onderweg naar de deur zie ik voor het eerst mijn auto… De bumper hangt aan één kant helemaal los. Draden hanger eruit, de lampen zijn allemaal aan gort. Not a pretty sight, om het nog zacht uit te drukken. Dat ik dit moet gaan uitleggen aan Bas zet ik gauw uit mijn hoofd.

Ik loop door en laat het opnieuw los. Eerst mensen trouwen nu, kom op!

Eenmaal binnen krijg ik een kamer aangewezen waar ik mijn toga aan kan doen. Als ik de kamer weer uitkom, lijkt iedereen spontaan een stapje opzij te doen als ik aan kom lopen.

Er wordt wat gerommeld en geschoven, de gasten zoeken hun plekje op. Als iedereen zit wordt het stil. 140 ogen kijken me verwachtingsvol aan… “Ja, ik wil wel beginnen maar volgens mij moet er nog een bruid opgehaald worden, toch?” De vader van de bruid springt op, ik ben gelukkig niet de enige die wat last heeft van zenuwen.
Er wordt gelachen, het ijs is gebroken.

Ik heet iedereen welkom en stel mezelf voor. Natuurlijk was ik het niet van plan maar in al mijn enthousiasme flap ik eruit dat het mijn eerste keer is. Ik krijg wat bemoedigende blikken.

Midden in mijn verhaal ben ik ineens de naam van de bruidegom kwijt. En in plaats van dat ik het netjes probeer te verbloemen zeg ik: “Oooh wat erg, ik ben je naam kwijt! Sorry hoor! Bram! Ik weet het weer! Sorry, Bram!”

Vanaf dat moment loopt alles op rolletjes. Er wordt gelachen en gesnotterd, het bruidspaar wisselt verliefde blikken uit en er wordt volmondig “Ja!” gezegd. De ringen passen, de pen doet het, het paar en hun gasten stralen. Het is volbracht!

Als, na de ceremonie, de ceremoniemeester nog wat huishoudelijke mededelingen doet, zoek ik een hoekje op om even te wachten tot ik terug kan naar mijn “kleedkamer”. Maar natuurlijk sta ik net op een plek waar het complete gezelschap langs moet om naar buiten te gaan. En zo sta ik nog even handjes te schudden.
Ineens komt de moeder van de bruid naar me toe: “Charlotte, ik ga je drie dikke kussen geven. Wat heb je dit leuk gedaan! Super! Ontzettend bedankt!”

Opgelucht stap ik weer in de auto.
Ik weet dat ik Bas nog moet vertellen dat onze auto van ellende uit elkaar valt, maar dat is straks.

 

Nu eerst even keihard genieten van het gevoel van geluk, dat ik mijn zenuwen heb overwonnen, dat ik andere mensen zo blij hebt kunnen maken en dat ik trouwambtenaar ben.

Chapeau! Latour
+31 6 30 78 04 69
chapeaulatour@gmail.com